Rb. Amsterdam 10 april 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2356

Wet Mulder Wahv proceskosten. artikel 13a Wahv van toepassing. Gelet op de vordering tot cassatie in het belang der wet (ECLI:NL:PHR:2025:369) volgt de kantonrechter niet de beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:7764) om artikel 13a, lid 2 van de Wahv buiten toepassing te laten. Dat is ook in lijn met het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2025 (ECLI:NL:HR:2025:46). De Hoge Raad heeft daarin getoetst aan het verbod van ongerechtvaardigde ongelijke behandeling ex artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM en artikel 26 IVBPR. De Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm, waarbij ook het nieuwe artikel 13a, tweede lid, Wahv is ingevoerd, strekt ertoe te voorkomen dat proceskostenvergoedingen zo hoog uitvallen dat afbreuk wordt gedaan aan het uitgangspunt dat proceskostenvergoedingen enkel een tegemoetkoming in de werkelijk gemaakte proceskosten zijn. Dit is een legitiem doel. De wetgever is daarmee niet verdergegaan dan nodig is om dit doel te bereiken. Voor de beperkingen van proceskostenvergoedingen en voor de uitwerking daarvan bestaat een objectieve en redelijke rechtvaardiging. Dat leidt niet tot een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling die in strijd komt met de verdragsbepalingen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken