Rb. Amsterdam 14 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:227

Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk in de strafvervolging m.b.t. feit 4, omdat het feit is verjaard. Verdachte wordt vrijgesproken van feiten 1 en 2. Het handelen van verdachte is niet strafbaar op grond van de artikelen 139a Sr en 139b Sr, omdat verdachte op 2 oktober 2014 en 9 oktober 2014 telkens een gespreksdeelnemer was. Nu niet is bewezen dat verdachte in strijd met voornoemde artikelen heeft gehandeld, is het bestanddeel “wederrechtelijk”, ex artikel 139e Sr, niet bewezen. Daarom wordt verdachte ook van feit 3 vrijgesproken. Bewezenverklaring van feit 5, te weten smaadschrift. De bewezenverklaarde uitlating is echter niet strafbaar en verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen