Rb. Amsterdam 25 september 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:5965

Kansspelzaak. Afwijzing vordering van kansspelaanbieder tot voeging in de zaak waarin prejudiciële vragen worden gesteld. De precedentwerking die mogelijk van de antwoorden van de Hoge Raad op de prejudiciële vragen uitgaat voor de zaak van Trannel, brengt onvoldoende belang mee om zich in deze zaak aan de zijde van TSG te mogen voegen om zich over de voorgenomen prejudiciële vragen in de zaak van TSG te kunnen uitlaten. Ook past het niet in het systeem van de wet. De prejudiciële procedure is erop gericht door de beantwoording van vragen in een zaak duidelijkheid te verkrijgen voor vele zaken. Tegen deze grondgedachte verzet zich dat elk van de partijen in de zaken waarin geen vragen worden gesteld zich kan voegen in de zaak waarin wel vragen worden gesteld. In de wet is bovendien een aparte voorziening opgenomen voor inbreng van anderen dan de procespartijen: artikel 393 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken