Rb. Amsterdam 1 februari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:590
Huurovereenkomst woonruimte voor bepaalde tijd is op grond van artikel 7:271 lid 1 BW voor onbepaalde tijd verlengd. Artikel 7:271 lid 8 mist toepassing, omdat de huurbeëindiging tussen partijen is overeengekomen vóórdat de tijdelijke huurovereenkomst was afgelopen en voordat de verlengde huur was aangevangen. Het beding in de beëindigingsovereenkomst met betrekking tot de beëindiging van de huur wordt vernietigd. De betalingsverplichtingen van huurders bedraagt bovendien niet meer dan de oorspronkelijke aanvangshuur. Partijen konden bij het verlengen van de huurovereenkomst geen nieuwe huurprijs overeenkomen. Daarbij is het huurverhogingsbeding van artikel 5.2 van de huurovereenkomsten vernietigbaar vanwege haar oneerlijke karakter als bedoeld in Richtlijn 93/13 EG.
De uitspraak op rechtspraak.nl