Rb. Amsterdam 8 augustus 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:4928
Verdachte heeft zich als bestuurder van meerdere rechtspersonen schuldig gemaakt aan faillissementsfraude door – vóór het faillissement van de rechtspersonen – geldbedragen aan de boedel te onttrekken. Het benadelingsbedrag zoals uit de bewezenverklaarde feiten volgt is rond de € 200.000,--. Daarnaast heeft verdachte niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen een deugdelijke administratie te voeren en te verstrekken en niet voldaan aan zijn inlichtingenplicht ten opzichte van de curator. Dat verdachte bij al deze feiten heeft verwezen naar zijn boekhouder en zelf geen verantwoordelijkheid heeft genomen, rekent de rechtbank verdachte aan. Alles overziend, acht de rechtbank een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Daarnaast legt de rechtbank een bestuursverbod op voor de duur van 5 jaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl