Rb. Amsterdam 3 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3170

Wmo 2015. Maatschappelijke opvang en noodopvang. Belangen van betrokken minderjarige kinderen. Afwijzing (herhaalde) aanvragen. Het zelfredzaamheidscriterium is voor maatschappelijke opvang de juiste maatstaf. In dit geval heeft verweerder echter niet zonder nadere motivering mogen aannemen dat eiseres voldoende zelfredzaam is. Daarbij dient verweerder – in het licht van artikel 3 van het IVRK – ook te onderzoeken of eiseres intrinsiek in staat is verantwoordelijkheid te nemen voor de belangen van haar kinderen, in het bijzonder ook ten aanzien van de beslissingen rond hun huisvesting en de eventuele gevolgen van het wegvallen daarvan. Daarbij dient verweerder zich waar nodig te laten voorlichten door deskundigen. Ten aanzien van de beslissing van de noodopvang diende verweerder zich ook bewust te zijn van de gevolgen van het afwijzende besluit voor de kinderen van eiseres. De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat de primaire verantwoordelijkheid voor de kinderen in het algemeen bij de ouders van het kind ligt, maar dat neemt niet weg dat de overheid, indien ouders die verantwoordelijkheid niet (kunnen) nemen, erop heeft toe te zien dat de rechten en belangen van de kinderen desondanks worden beschermd en dat verweerder daartoe zo nodig maatregelen moet nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken