Rb. Amsterdam 21 september 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5954
Belgisch vervolgings-EAB. Tussenuitspraak. Ingevolge artikel 6 OLW kan overlevering van een Nederlander worden toegestaan voor zover deze is gevraagd ten behoeve van een tegen hem gericht strafrechtelijk onderzoek en naar het oordeel van de uitvoerende justitiële autoriteit is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. Het door de uitvoerende justitiële autoriteit afgeven van een zogenaamde terugkeergarantie is echter geen vereiste voor overlevering van een Nederlander. Artikel 6 OLW biedt aldus de mogelijkheid om overlevering niet afhankelijk te maken van een terugkeergarantie. De opgeëiste persoon, die de Nederlandse nationaliteit heeft, woont sinds 11 augustus 1997 aaneengesloten in België. Uit de beschikbare informatie lijkt vooralsnog voort te vloeien dat de opgeëiste persoon meer binding heeft met België dan met Nederland. De opgeëiste persoon wordt nog in de gelegenheid gesteld om de rechtbank alle gegevens te verstrekken waaruit zijn binding met Nederland blijkt.
De uitspraak op rechtspraak.nl