Rb. Amsterdam 13 september 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5798
Geschil over leningen en beoogde joint venture met betrekking tot te bouwen tankstations in Oekraïne. Onder de gedaagden bevinden zich een Nederlandse holding en twee bestuurders daarvan. Verder zijn partijen betrokken in verschillende andere landen in en buiten de EU. De rechtbank beoordeelt in dit vonnis haar Internationale bevoegdheid. Rechtspersoon gevestigd in Amsterdam en eiseres zijn arbitragebeding overeengekomen, dus rechtbank onbevoegd voor vorderingen op die gedaagde, die dan ook niet ankergedaagde kan zijn voor de andere buitenlandse gedaagden. De samenhang (of nauwe band) tussen de vordering op de andere Nederlandse gedaagden en de buitenlandse gedaagden blijkt niet uit het procesdossier. Rechtbank onbevoegd voor de vorderingen op alle buitenlandse gedaagden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 7 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 14 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 107 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1074 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1077 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 10:119 BW10
Aangehaalde uitspraken
- Hof Amsterdam 25 april 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:957
- Hof Amsterdam 25 april 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:961
- HR 12 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1037
- Conclusie A-G de Bock 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:95
- HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:566
- HR 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:443
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2006:458
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2009:69
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2011:798
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:335
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:37
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2016:282
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2016:449
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2016:881