Rb. Amsterdam 17 april 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:2492
Nadat de Minister van SZW in een eerdere procedure al was teruggekomen van zijn besluit om eiseres te verwijderen uit het STAP-register, is de minister in deze zaak tegemoetgekomen aan eiseres door uitbetaling van voorschotten en het afzien van berichtgeving aan aanvragers. Eiseres heeft geen procesbelang bij het onderhavige beroep tegen de aanhouding van de betalingen in afwachting van nog lopende onderzoeken. Voor de toekomst staat niet vast dat er meer aanhoudingen van betalingen zullen volgen. De minister heeft in alle gevallen de bevoegdheid tot onderzoek en opschorting, als daartoe voldoende aanleiding bestaat. Eiseres heeft wel een procesbelang waar het de proceskosten in bezwaar betreft, maar er bestaat geen aanleiding voor vergoeding van deze kosten. De brief van 10 november 2022 was niet op rechtsgevolg gericht. Ten aanzien van de aanvragen per 1 november 2022 had de minister namelijk nog geen subsidie toegekend, zodat er ook geen sprake kon zijn van opschorting. Ten aanzien van de aanvragen per 1 september 2022 geldt dat de betalingen al waren opgeschort, zodat de brief van 10 november 2022 daar niet op kan zien. Voor toekenning van schade bestaat geen aanleiding, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat er schade is geleden door de late betalingen van de voorschotten van november 2022, danwel door het bestreden besluit. Verder heeft eiseres de minister al aansprakelijk gesteld voor schade met betrekking tot de aanvragen per 1 september 2022 en zal de minister daarop apart moeten beslissen. Die aanvragen waren bovendien al ruim voor 1 november 2022 on hold gezet en zodat de gestelde schade niet het gevolg kan zijn van het bestreden besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl