Rb. Amsterdam 21 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1069
In geval van schending van de inlichtingenplicht legt verweerder een boete op. De hoogte van de boete wordt volgens het Boetebesluit socialezekerheidswetten vastgesteld op basis van een percentage van het benadelingsbedrag, afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid. Verweerder heeft een standaardboete van 50% van het benadelingsbedrag aan eiseres opgelegd. Dit is de boete die hoort bij verwijtbaarheid zonder opzet of grove schuld. De gevolgen van de op te leggen boete mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen en het percentage van het benadelingsbedrag moet zo nodig verlaagd worden voor de vaststelling van een evenredige boete. De rechtbank is van oordeel dat de boete onevenredig is en daarom ten onrechte aan eiseres is opgelegd. De rechtbank neemt hierbij het volgende in aanmerking. Eiseres heeft een verklaring van haar psychiater waarin staat dat zij psychische gezondheidsklachten heeft die haar ernstig in haar functioneren belemmeren en dat zij ernstige fysieke problemen heeft. Uit deze verklaring blijkt dat de boete zwaar drukt op de psychische toestand van eiseres. Eiseres heeft verder een verklaring van haar psycholoog overgelegd waarin staat dat zij onder psychotherapeutische behandeling is. Daarnaast heeft eiseres een verklaring overgelegd van de maatschappelijk werkster die budgetbegeleiding aan eiseres biedt. Daarin staat de financiële situatie van eiseres zeer precair is. De rechtbank acht het op basis van deze verklaringen en wat eiseres naar voren heeft gebracht tijdens de zitting aannemelijk dat de boete grote gevolgen voor haar heeft door haar persoonlijke omstandigheden, te weten: haar psychische en fysieke gezondheidsklachten, de zorg voor haar kinderen als alleenstaande moeder en haar slechte financiële situatie. Eiseres had verder geen enkel voordeel bij de schending de van inlichtingenplicht, maar juist nadeel. Zij had in België immers recht op een hoger bedrag. Het financiële belang van verweerder is niet geschonden omdat verweerder het volledige bedrag aan te veel betaalde kinderbijslag heeft ontvangen van de Belgische uitvoeringsinstantie. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de hiervoor genoemde samenloop van omstandigheden, in hun onderlinge samenhang beschouwd, de boete onevenredig is en dat de boete op nihil moet worden bepaald. De rechtbank komt daarom niet toe aan de bespreking van de overige beroepsgronden.
De uitspraak op rechtspraak.nl