Rb. Amsterdam 23 december 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:7847

De rechtbank wijst vonnis in 11 zaken in de mega Cherokee die ziet op de verdenking van deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk de grootschalige handel in cocaïne en gewoontewitwassen, waarbij ook vele afzonderlijke drugstransporten en witwasfeiten ten laste zijn gelegd. De rechtbank neemt tevens beslissingen over de rechtmatigheid van het gebruik van Sky ECC berichten als bewijs. De rechtbank komt tot het bewijs van het bestaan van die organisatie, die op professionele wijze opereerde en waarbij stelselmatig gebruik werd gemaakt van een op het oog legaal autoverhuurbedrijf. Ook werd een transportbedrijf veelvuldig ingezet en werd er gebruik gemaakt van een corrupte havenmedewerker. De rechtbank legt gevangenisstraffen op, variërend van 18 maanden tot 12 jaar en daarnaast een geldboete aan het autoverhuurbedrijf.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK AMSTERDAM
VONNIS
Parketnummer: 13/177196-21 (Promis)
Datum uitspraak: 23 december 2022
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Inhoudsopgave

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 januari 2022, 19 januari 2022, 20 januari 2022, 24 januari 2022, 1 februari 2022, 14 februari 2022, 13 mei 2022 en 9 december 2022. Het onderzoek is op laatstgenoemde zittingsdag gesloten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. E.B. Smit en M. van Oosten (hierna tezamen ook wel aangeduid als “het Openbaar Ministerie”).

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt kort gezegd beschuldigd van:

1 het als leider deelnemen aan een criminele organisatie met als oogmerk het plegen van misdrijven, te weten handel in verdovende middelen (lijst I) en (gewoonte)witwassen in de periode van 1 juli 2019 tot en met 24 november 2020

en/of

het als leider deelnemen aan een criminele organisatie met als oogmerk de handel in verdovende middelen (lijst I) in de periode van 1 juli 2019 tot en met 24 november 2020;

2 medeplegen van (internationale) handel in verdovende middelen (lijst I), te weten cocaïne, in de periode van 5 december 2019 tot en met 24 november 2020;

3 medeplegen van gewoontewitwassen van geldbedragen in de periode van 29 januari 2018 tot en met 24 november 2020;

4 het feitelijk leiding geven aan witwassen van geldbedragen en/of voertuigen, gepleegd door de rechtspersoon [medeverdachte 2] in de periode van 23 maart 2018 tot en met 23 november 2020;

5 medeplegen van niet-ambtelijke actieve omkoping van [naam 29] in de periode van 24 juli 2020 tot en met 8 augustus 2020.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht en maakt deel uit van dit vonnis.

3 Algemene inleiding

Het onderzoek Cherokee is op 16 april 2020 gestart naar aanleiding van het vermoeden dat twee mannen uit Amsterdam Zuid-Oost, [naam 1] en [naam 2] , zich in Antwerpen schuldig maakten aan de import van cocaïne. Hierbij werd gebruik gemaakt van een Audi A3 ( [kenteken] ) van [medeverdachte 2] , het autoverhuurbedrijf van [medeverdachte 1] . Doordat er plaatsbepalingsapparatuur in dit voertuig was geplaatst, kon worden vastgesteld dat er herhaaldelijk verschillende locaties in Antwerpen werden aangedaan, waaronder een loods gevestigd aan de Haifastraat. Door de Belgische autoriteiten werd op 22 april 2020 in deze loods 4.200 kilo cocaïne onderschept (zaaksdossier Burro). Een aantal personen, waaronder [naam 1] en [naam 2] , werd hierbij op heterdaad aangehouden en is hiervoor in België strafrechtelijk vervolgd. Het onderzoek Cherokee is gericht op personen in Nederland die vermoedelijk betrokken waren bij de import van deze partij cocaïne. Tijdens het onderzoek rees het vermoeden dat een crimineel samenwerkingsverband (hierna: ‘CSV’) actief was waarvan de deelnemers betrokken waren bij de (grootschalige) import van partijen cocaïne en bij witwassen. Uit het onderzoek, waarin ook gegevens uit andere onderzoeken werden gevoegd, kwam een beeld naar voren van een samenwerkingsverband waarbinnen de verschillende betrokkenen ieder hun eigen rol hadden. Zo werden er onder meer opdrachtgevers, coördinatoren, koeriers, bewakers, uithalers en een bewaarder van geld onderscheiden. Het vermoeden is dat er door dit samenwerkingsverband in totaal meer dan 6.000 kilo cocaïne is ingevoerd en miljoenen euro’s zijn witgewassen.

Het onderzoek Cherokee bestaat uit een veelvoud aan zaaksdossiers: Burro, Breeweg, Finland, Navajos, Movano, Liza, Marilion, 15-16 september, Witwassen, Omkoping, Extern en Vormen CSV. Een deel van de vermoedelijke deelnemers aan de organisatie staat tegelijkertijd terecht in dit strafproces: [verdachte] (hierna: ‘ [verdachte] ’), [medeverdachte 1] (hierna: ‘ [medeverdachte 1] ’), [medeverdachte 3] (hierna: ‘ [medeverdachte 3] ’), [medeverdachte 4] (hierna: ‘ [medeverdachte 4] ’), [medeverdachte 5] (hierna: ‘ [medeverdachte 5] ’), [medeverdachte 6] (hierna: ‘ [medeverdachte 6] ’), [medeverdachte 7] (hierna: ‘ [medeverdachte 7] ’), [medeverdachte 8] (hierna: ‘ [medeverdachte 8] ’), [medeverdachte 9] (hierna: ‘ [medeverdachte 9] ’), [medeverdachte 10] (hierna: ‘ [medeverdachte 10] ’) en de rechtspersoon [medeverdachte 2] (hierna: ‘ [medeverdachte 2] ’).

4 Voorvragen

4.1 Geldigheid van de dagvaarding
De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging ten aanzien van de woorden “onder meer”, die in verschillende tenlastegelegde feiten worden gebruikt, partieel nietig is. In de tenlastelegging staan opsommingen van (rechts)personen die ervan worden verdacht te hebben deelgenomen aan het crimineel samenwerkingsverband en ook diverse partijen cocaïne en geldbedragen zijn in de tenlastelegging gespecificeerd. De verdenking is in zoverre helder. Voor zover het de woorden “onder meer” betreft is dat niet het geval. De tenlastelegging bevat op dit punt geen enkele inkadering of beperking en daarmee is onvoldoende duidelijk wat door het opnemen daarvan onder het bereik van de tenlastelegging wordt gebracht. Mede gelet op de omvang van het dossier, is, ten aanzien van de bewoordingen “onder meer”, onvoldoende kenbaar waartegen [verdachte] zich moet verdedigen. De dagvaarding zal in zoverre nietig worden verklaard.
Voor het overige voldoet de dagvaarding aan de vereisten van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De dagvaarding is voor het overige geldig.

4.2 De overige voorvragen
De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
5. Waardering van het bewijs

5.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie (hierna: OM) heeft – onder verwijzing naar het schriftelijk requisitoir – gerekwireerd dat [verdachte] als leider kan worden aangemerkt van het CSV dat zich bezig hield met cocaïnehandel en witwassen (feit 1). Verdachte heeft zichzelf steeds op afstand gehouden en anderen het risicovolle werk laten doen. [verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer en verdere distributie van meer dan 6000 kilo cocaïne (feit 2; Burro, Liza 2, Liza 7.2, Movano en Breeweg) en het witwassen van bijna € 6.000.000,- (feit 3). Daarnaast is hij als feitelijk leidinggevende verantwoordelijk geweest voor het witwassen van € 975.375,- door [medeverdachte 2] (feit 4) en heeft hij zich schuldig gemaakt aan niet-ambtelijke omkoping (feit 5).
Het OM heeft met betrekking tot de strafrechtelijke betrokkenheid van [verdachte] in zaaksdossier Finland, gerekwireerd tot vrijspraak. Hoewel uit de Sky ECC chats in die zaak overduidelijk blijkt dat [verdachte] samen met [medeverdachte 3] de uithaal coördineert en aanstuurt, is niet vast komen te staan dat hun handelingen gericht waren op het invoeren van cocaïne in Nederland.
Het OM heeft met betrekking tot de strafrechtelijke betrokkenheid van [verdachte] in de zaak Navajos eveneens gerekwireerd tot vrijspraak. Hoewel er redenen zijn te vermoeden dat [verdachte] op enige manier betrokken was bij de import van de 875 kilogram cocaïne die op 2 oktober 2020 in de Rotterdamse haven werd aangetroffen, is er geen sprake van wettig en overtuigend bewijs.

5.2 Het oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend worden bewezen dat [verdachte] een leidinggevende rol heeft vervuld bij de invoer van en verdere distributie van diverse partijen cocaïne en het witwassen van grote gelbedragen en dat hij in die hoedanigheid heeft deelgenomen aan het CSV met als oogmerk de (internationale) handel in cocaïne en witwassen. Ook heeft hij feitelijk leiding gegeven aan het witwassen door [medeverdachte 2] , het bedrijf van zijn halfbroer [medeverdachte 1] , dat veelvuldig werd ingezet ten behoeve van de handel in cocaïne. Tot slot heeft [verdachte] zich schuldig gemaakt aan niet-ambtelijke omkoping. Dit oordeel is gebaseerd op de bewijsmiddelen, waarvan de vindplaatsen in de voetnoten zijn opgenomen.
Partiële vrijspraak zaaksdossier Finland
Met het OM komt de rechtbank tot vrijspraak van verdachte ten aanzien van zaaksdossier Finland. [verdachte] zal van dit deel van de tenlastelegging (eerste gedachtestreepje onder feit 2) worden vrijgesproken.
Partiële vrijspraak zaaksdossier Navajos
De rechtbank spreekt [verdachte] vrij ten aanzien van zaaksdossier Navajos. [verdachte] zal van dit deel van de tenlastelegging (zesde gedachtestreepje onder feit 2) worden vrijgesproken. De enkele deelname aan een Sky ECC chat en een gesprek over de betaling van de advocaat van één van de aangehouden uithalers is in dit geval onvoldoende om te kunnen spreken van medeplegen.

5.2.1 Sky ECC
Het bewijs in deze zaak bestaat voor een groot deel uit onderschepte en vervolgens ontsleutelde Sky ECC berichten. Om die reden zal de rechtbank beginnen met het koppelen van de in het dossier voorkomende Sky ECC accounts aan verdachten, voor zover de gebruikers van de desbetreffende accounts aan de hand van het dossier, of afgelegde verklaringen ter terechtzitting, kunnen worden geïdentificeerd.
Accounts die kunnen worden toegeschreven aan [verdachte]
Het Sky ECC account [account 1] , waarvan de gebruiker ook wel ‘ [gebruiker 1] ’, ‘ [gebruiker 2] ’, ‘ [gebruiker 3] ’ of ‘ [gebruiker 4] ’ wordt genoemd, wordt door de politie toegeschreven aan [verdachte] , die in de periode 8 november 2019 tot en met 28 april 2020 van dit account gebruik zou hebben gemaakt. De politie baseert deze conclusie op de imei-nummers (eindigend op # [nummer] en later # [nummer] ) van de toestellen waaraan het account gekoppeld is geweest, gecombineerd met de historische verkeersgegevens, vluchtgegevens en beslaggegevens. Zo is ten aanzien van het imei-nummer # [nummer] gebleken dat het toestel in de nachtelijke en vroege ochtenduren regelmatig gebruik maakte van Cell-ID’s gevestigd op de [locatie Cell-ID] , een zendmast in de buurt van de [GBA adres] , het GBA-adres van de vrouw en kinderen van [verdachte] . Gebleken is dat het toestel (imei-nummer eindigend met # [nummer] ) op 4 februari 2020 omstreeks 15.27 uur gebruik maakte van een Cell-ID aan het Rotterdam Airportplein te Rotterdam en om 17.57 uur van Cell-ID’s te Marokko. Verder is gebleken dat [verdachte] één van de passagiers was op vlucht [nummer] op 4 februari om 15.28 uur van Rotterdam naar Tangier (Marokko). Ook is dit toestel op 26 maart 2020 bij een verkeerscontrole onder [verdachte] in beslag genomen. Nadat [verdachte] op 29 maart 2020 door de politie was heengezonden, werd het account [account 1] aan het andere imei-nummer gekoppeld (# [nummer] ).
Het Sky ECC account [account 2] , waarvan de gebruiker eveneens ‘ [gebruiker 1] ’, ‘ [gebruiker 2] ’ of ‘ [gebruiker 3] ’ wordt genoemd, wordt door de politie toegeschreven aan [verdachte] voor de periode 10 juli 2020 tot en met 7 september 2020. De politie komt tot deze conclusie, omdat de bijnamen overeenkomen met die van de gebruiker van het bovengenoemde account [account 1] . Daarnaast volgt uit de inhoud van een Sky ECC gesprek op 27 en 28 juli 2020 en uit plaatsbepalingsapparatuur in een Volkswagen Golf ( [kenteken] , een voertuig van [medeverdachte 2] dat bij [verdachte] in gebruik was, dat de gebruiker van het account [account 2] zich naar de McDonalds te Merksem (België) begaf voor een ontmoeting en dat hij, ‘ [gebruiker 3] ’, onderweg was met 120.000. Het toestel met imei-nummer # [nummer], vermoedelijk bij [verdachte] in gebruik, reisde mee.
Het Sky ECC account [account 3] wordt op basis van chatgesprekken door de politie toegeschreven aan [verdachte] voor de periode van 16 november 2020 tot en met 26 februari 2021. Zo wordt er op 27 november 2020, vlak na de aanhouding op heterdaad in zaaksdossier Breeweg op 23 november 2020, door de gebruiker van het account [account 3] gezegd dat hij zijn ‘brada’ en ‘3 topwerkers’ binnen heeft, ‘en verlies van dat alles’. [medeverdachte 1] , de halfbroer van [verdachte] , is op 23 november 2020 aangehouden, waarbij tevens 285 kilo cocaïne is aangetroffen en in beslag is genomen. De gebruiker van [account 3] noemt zichzelf in een chat op 25 februari 2021 ‘ [gebruiker 1] ’. In deze chat wordt gesproken over ‘ [bijnaam 1] ’, een bijnaam die wordt toegeschreven aan [medeverdachte 5] , die niet mag praten, en dat er een potje voor hem is als hij buiten komt. ‘ [gebruiker 1] ’ zou 20K afgooien voor het gezin van [bijnaam 1] .
De rechtbank neemt de conclusies van de politie over en gaat ervan uit dat de berichten via de accounts [account 1] , [account 2] en [account 3] door [verdachte] zijn verzonden en dat de berichten die naar deze accounts zijn verstuurd aan hem waren gericht. Niet is gebleken dat deze accounts door een ander dan [verdachte] werden gebruikt.
Account dat wordt toegeschreven aan [medeverdachte 1]
Het Sky ECC account [account 4] wordt door de politie toegeschreven aan [medeverdachte 1] en werd door hem gebruikt in de periode van 4 december 2019 t/m 4 juni 2020. Dit wordt mede gebaseerd op de historische gegevens van het imei-nummer dat aan het account gekoppeld is (# [nummer] ) , in combinatie met aangestraalde Cell-ID’s met MCC-codes in het buitenland en verschillende vluchtgegevens van vluchten waarop [medeverdachte 1] passagier was (vlucht [nummer] van Amsterdam naar Barcelona (Spanje) op 18 december 2019, vlucht [nummer] van Barcelona naar Amsterdam op 19 december 2019, vlucht [nummer] van Schiphol naar Istanbul (Turkije) op 22 februari 2020 en vlucht [nummer] van Istanbul naar Amsterdam op 24 februari 2022). Daarnaast straalde het toestel dat gebruik maakte van voornoemd imei-nummer regelmatig Cell-ID’s aan op de [locatie Cell-ID] . Dit adres bevindt zich – zo constateert de rechtbank - dicht in de buurt van het woonadres van [medeverdachte 1] aan de Brede Hilledijk in Rotterdam.
De rechtbank neemt de conclusies van de politie over en is van oordeel het account [account 4] door [medeverdachte 1] werd gebruikt.
Account dat wordt toegeschreven aan [medeverdachte 6]
[account 5] , met de gebruikte bijnaam ‘ [bijnaam 2] ’ is het Sky ECC account dat door de politie aan [medeverdachte 6] wordt toegeschreven naar aanleiding van IMSI-scans op 16 april 2020, 22 april 2020 en 7 mei 2020. Hierbij kwam imei-nummer # [nummer] naar voren als nummer dat bij een zogeheten PGP-toestel hoort. [medeverdachte 6] is bij observaties op dezelfde data ook herkend. Daarnaast is geconstateerd dat dit imei-nummer op verschillende data gelijktijdig meebewoog of op een locatie was met het telefoonnummer # [nummer] dat bij [medeverdachte 6] in gebruik was.
Uit Sky ECC gesprekken gevoerd met het account, volgt dat de gebruiker in een grijze Grandis rijdt. [medeverdachte 6] was bezitter en gebruiker van een grijze Mitsubishi Grandis ( [kenteken] ). Uit een Sky ECC gesprek, bakengegevens van de Mitsubishi Grandis en OVC-opnames, blijkt dat [medeverdachte 6] op 16 mei 2020 in de Grandis reed. Ditzelfde geldt voor 6 juni 2020.
De rechtbank neemt de conclusies van de politie over en is van oordeel dat de berichten via het account [account 5] door [medeverdachte 6] zijn verzonden, dan wel dat deze aan hem waren gericht.
Account dat wordt toegeschreven aan [medeverdachte 4]
Het Sky ECC account [account 6] , met bijnaam ‘ [bijnaam 3] ’, wordt door de politie toegeschreven aan [medeverdachte 4] op basis van twee imei-nummers (# [nummer] en # [nummer] ). De telefoon met imei-nummer # [nummer] is, hoewel gewist en teruggezet in fabrieksinstellingen, na de aanhouding van [medeverdachte 4] bij de doorzoeking in zijn woning aan de [adres] aangetroffen en in beslag genomen. Het Sky ECC account is vanaf 9 april 2020 in het toestel met imei-nummer # [nummer] actief geweest.
Het account [account 6] komt voor in zestien chatgroepen, waaronder [account 7] met [verdachte] (‘ [bijnaam 4] ’, [account 1] ) en een persoon met de bijnaam ‘ [bijnaam 5] ’ (Sky ECC account [account 7] ), waarin de gebruiker van het account [account 6] ‘ [gebruiker 5] ’ wordt genoemd en waarin op 7 april 2020 aan hem wordt gevraagd of hij updates kan zien van terminal posities. De gebruiker van het account [account 6] reageert dat hij nog geen autorisaties van ECT heeft gekregen en dat dat ‘mrg ofso’ wel rond moet zijn, waarna hij een foto van een door [medeverdachte 4] ondertekende mail stuurt waarin wordt verzocht om uitbreiding van de autorisaties voor het account ‘ [account 8] ’. Er wordt door het account dat aan [verdachte] wordt toegeschreven gereageerd dat ‘hys vndg door zn proeftyd’, dat het ‘bslletje’ nu pas loopt. Als ‘ [bijnaam 5] ’ een lijst stuurt met daarop een geel gearceerd containernummer vraagt de gebruiker van het account [account 6] ‘ [bijnaam 5] , wat voor lijstje is dat’ en zegt dat hij niet eerder zo’n lijst heeft gezien. [verdachte] antwoordt: ‘Beetje bij beetje hebben weekje om essentiele dingen te leren hb je je 1e jlus’. De gebruiker van het account [account 9] antwoordt: ‘Jatoch. Ze zijn tot nu toe erg tevreden over me’. In de chatgroep [account 7] :791, wederom met [verdachte] (‘ [bijnaam 4] ’, [account 1] ) en ‘ [bijnaam 5] ’ ( [account 7] ), wordt de gebruiker van het account [account 6] ‘ [gebruiker 6] ’ genoemd. Op 22 april 2020 wordt er een foto van een container gestuurd door het account [account 7] . Hierop wordt door de gebruiker van het account [account 6] gereageerd met de tekst: ‘goedemorgen, on it’. [medeverdachte 4] werkt sinds 9 maart 2020 bij rederij Hapag Lloyd Rotterdam.
De rechtbank neemt de conclusies van de politie over en is van oordeel dat de berichten via het account [account 6] door [medeverdachte 4] zijn verzonden, dan wel dat deze aan hem waren gericht.
Accounts die worden toegeschreven aan [medeverdachte 3]
De Sky ECC accounts [account 10] , [account 11] en [account 12] worden door de politie toegeschreven aan [medeverdachte 3] op basis van overeenkomende bijnamen (waaronder ‘ [bijnaam 6] ’, ‘ [bijnaam 7] ’, ‘ [bijnaam 8] ’ en ‘ [bijnaam 9] .’) ten aanzien van de periode 20 december 2019 tot en met 4 juni 2020 met betrekking tot alle accounts. Verder is onderzoek verricht naar de historische gegevens van de aan de accounts gekoppelde imei-nummers en is er een IMSI-catcher ingezet, waarbij is gebleken dat het IMSI-nummer eindigend op # [nummer] vanaf 25 januari 2020 gekoppeld is aan een telefoon met imei-nummer eindigend op # [nummer] en daarvoor # [nummer] (verbonden aan Sky ECC ID [account 10] ). Bij de wisseling van imei-nummers werd door het Sky ECC toestel dezelfde Cell-ID aangestraald als door het telefoonnummer eindigend op # [nummer] , dat op basis van stemherkenningen aan [medeverdachte 3] wordt toegeschreven. De toestellen maken gebruik van dezelfde Cell-ID’s, voornamelijk in Amsterdam-Zuidoost en Almere. Met behulp van een IMSI-catcher is de locatie op 14 april 2020 nauwkeurig vastgesteld op het adres [adres tante] , de woning van de tante van [naam vriendin] , de vriendin van [medeverdachte 3] . Verder is gebleken dat de gebruiker van het toestel met imei-nummer # [nummer] naar Portugal is gevlogen. [medeverdachte 3] staat op de passagierslijst van vlucht [nummer] van Amsterdam naar Portugal. Ten aanzien van het toestel met imei-nummer # [nummer] geldt dat voor vluchten van Amsterdam naar Paramaribo op 31 december 2019 ( [nummer] ) en van Paramaribo naar Amsterdam ( [nummer] ) op 21 januari 2020. [medeverdachte 3] komt opnieuw voor op desbetreffende passagierslijsten.
Aan het Sky ECC account [account 11] was een toestel gekoppeld met een imei-nummer eindigend op # [nummer] en een telefoonnummer eindigend op # [nummer] . In onderzoek Wettin is [medeverdachte 3] als de gebruiker van voornoemd imei-nummer geïdentificeerd. In onderzoek Waldeck bleek dat dit imei-nummer op dezelfde retourvluchten naar Helsinki en Paramaribo reisde als [medeverdachte 3] .
Aan het account [account 12] bleek een toestel met imei-nummer # [nummer] te zijn gekoppeld. In de nachtelijke uren straalde deze voornamelijk Cell-ID’s aan de [locatie Cell-ID] aan. Inzet van een IMSI-catcher heeft de locatie van het toestel op 13 juli 2020 nauwkeurig vastgesteld, wederom op het adres [adres tante] . Daarnaast is vastgesteld dat het toestel meereist met het telefoonnummer # [nummer] (reeds hierboven genoemd).
Tot slot wordt ook het Sky ECC account [account 13] door de politie aan [medeverdachte 3] toegeschreven. De gebruiker van dit account, dat op 22 juni 2020 in gebruik is genomen, wordt wederom [bijnaam 8] genoemd. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat deze Sky ID veel overeenkomstige contacten heeft met het account [account 12] , dat aan [medeverdachte 3] wordt toegeschreven.
De rechtbank neemt de conclusies van de politie over en is van oordeel dat de berichten via de accounts [account 10] , [account 11] , [account 14] , [account 12] en [account 15] door [medeverdachte 3] zijn verzonden en dat de berichten die naar deze accounts zijn verstuurd aan hem waren gericht.
Account dat wordt toegeschreven aan [medeverdachte 5]
Het Sky ECC account [account 16] , bijnaam ‘ [bijnaam 10] ’, wordt door de politie toegeschreven aan [medeverdachte 5] op basis van een koppeling aan het toestel met imei-nummer # [nummer] , dat van 25 april 2020 tot en met 18 juli 2020 werd gebruikt. Onder [medeverdachte 5] werd dit toestel in beslag genomen. Uit onderzoek is gebleken dat voornoemd imei-nummer voornamelijk een Cell-ID aanstraalt op de locatie Plein 1953 te Rotterdam, in de nabijheid van de [verblijfadres] , het verblijfadres van [medeverdachte 5] . De gebruiker van het account [account 16] stuurt op verzoek van [verdachte] (zie hierboven) een foto van een brief die gericht is aan [naam bedrijf] , het bedrijf van [medeverdachte 5] .
De rechtbank neemt de conclusie dat het account [account 16] bij [medeverdachte 5] in gebruik was over.
Account dat wordt toegeschreven aan [medeverdachte 10]
Het Sky ECC account [account 17] , met bijnaam ‘ [bijnaam 11] ’, wordt door de politie toegeschreven aan [medeverdachte 10] op basis van het imei-nummer # [nummer] , welk toestel na zijn aanhouding op 24 november 2020 bij de doorzoeking van zijn verblijfadres ( [verblijfadres] ) in de slaapkamer werd aangetroffen en in beslag werd genomen. Dit imei-nummer is in de nachtelijke uren in de periode van 17 mei 2020 tot en met 24 november 2020 op 127 dagen (van in totaal 186) in de directe omgeving van [medeverdachte 10] verblijfadres gelokaliseerd. De Sky ECC telefoon is op 16 mei 2020 via [medeverdachte 6] door [verdachte] aan [medeverdachte 10] (‘ [bijnaam 11] ’) geleverd, wat volgt uit Sky ECC gesprek [account 1] :468.
De rechtbank neemt de conclusie dat het account [account 17] bij [medeverdachte 10] in gebruik was over.
‘ [bijnaam 5] ’
De Sky ECC accounts [account 7] en [account 18] worden op basis van bijnamen, contacten en historische verkeersgegevens door de politie toegeschreven aan één persoon. Zoals hiervoor in de toeschrijving van een Sky ECC account aan [medeverdachte 4] bleek, wordt de gebruiker van deze accounts o.a. ‘ [bijnaam 5] ’ genoemd.
Om de leesbaarheid van het vonnis te vergroten worden hierna – voor zover mogelijk – de accounts waarmee de berichten zijn verstuurd of waarop berichten zijn ontvangen, vervangen door de namen van de hierboven geïdentificeerde gebruikers van de accounts.

De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken

Aangehaald in