Rb. Amsterdam 18 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6099

Huurders van appartementen vorderen in kort geding dat de verhuurder, een woonstichting, zich zal inspannen om op korte termijn erkende gebreken aan de liften te verhelpen. De liften haperen vaak, een liftkooi met een kind erin is een paar verdiepingen naar beneden gestort en zeker tweemaal moesten bewoners door de brandweer uit een lift worden bevrijd. De woningstichting stelt dat zij als lid van de VvE van het gebouw niet bevoegd om werkzaamheden aan de liften te laten uitvoeren. De kantonrechter is van oordeel dat de woningstichting blijk geeft van onvoldoende begrip voor de ernst van de situatie en zich ten onrechte achter de VvE, waarin zijn het grootste aandeel heeft, verschuilt. De woningstichting wordt veroordeeld binnen 30 dg na betekening al het nodige te doen om de liften deugdelijk en veilig te laten functioneren en binnen 3 maanden na betekening een keuring te laten uitvoeren door een bevoegde instantie. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen , omdat die niet past bij de gevorderde inspanningsverplichting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen