Rb. Amsterdam 21 september 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:5314

Tussenuitspraak, EAB III (Italië). Situatie als bedoeld in artikel 12, onder b, OLW aan de orde. Detentieomstandigheden. Samenloop EAB I (Roemenië) en EAB II & EAB III (Italië). De rechtbank legt de artikelen 26, derde lid en 28, vierde lid, OLW, in samenhang bezien met artikel 16 van Kaderbesluit 2002/584/JBZ, op zodanige wijze uit dat zij, na kennisneming van het standpunt van de officier van justitie en het standpunt van de verdediging, op basis van de criteria zoals genoemd in artikel 26, derde lid, OLW op grond van een eigen afweging zal komen tot een oordeel omtrent aan welk van de EAB’s voorrang dient te worden verleend. In het licht van de criteria genoemd in artikel 26, derde lid, onder e en f, OLW, is aan de rechtbank geen schriftelijke informatie verstrekt omtrent de mate waarin de nationaliteit van de opgeëiste persoon een belemmering zal vormen voor verderlevering en/of de mogelijkheden tot ter beschikking stelling van de betrokkene aan de uitvaardigende justitiële autoriteit van een andere lidstaat. Het is de rechtbank niet duidelijk geworden waar de officier van justitie haar standpunt op baseert dat Roemenië haar eigen onderdanen niet overlevert aan Italië voor de executie van straffen. Nu de rechtbank voornoemde informatie nodig acht om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen op deze kwestie zal zij, mede onder verwijzing naar artikel 16, tweede lid, van het Kaderbesluit 2002/584/JBZ, het onderzoek heropenen teneinde hierover advies van Eurojust in te winnen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken