Rb. Amsterdam 19 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4727
Portugees vervolgings-EAB. In het EAB wordt in rubriek b)1 melding gemaakt van een judicial order of 02.09.2020, which determines preventive detention and personal notification of the judgment pronounced. In Form A staat dat deze judicial order is uitgevaardigd door Mrs. (***), Judge of Law. Nadere informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft uitgewezen dat voormeld nationaal aanhoudingsbevel is uitgevaardigd ten behoeve van de voorlopige hechtenis in afwachting van het onherroepelijk worden van een aan de opgeëiste persoon opgelegde gevangenisstraf van vier jaren en zeven maanden. In rubriek b)2 wordt het vonnis waarbij die gevangenisstraf is opgelegd niet genoemd. Dat vonnis is klaarblijkelijk niet voor tenuitvoerlegging vatbaar. Uit nadere informatie blijkt verder dat het vonnis nog niet onherroepelijk is: aan de opgeëiste persoon wordt na overlevering het vonnis uitgereikt en de gelegenheid geboden om hoger beroep in te stellen binnen een termijn van 30 dagen. Gelet daarop is de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ, artikel 12 OLW, niet van toepassing in de onderhavige situatie. Uit het arrest Tupikas van het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:EU:C:2017:628, punt 74) volgt immers dat de beslissing als bedoeld in artikel 4 bis van het Kaderbesluit de onherroepelijke veroordeling is.
De uitspraak op rechtspraak.nl