Rb. Amsterdam 4 mei 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4087
Verweerder het subsidiebedrag voor het jaar 2017 voor eiseres op nihil vastgesteld, omdat eiseres volgens hem niet heeft voldaan aan de subsidievoorwaarden. Ook heeft verweerder meegedeeld de reeds uitbetaalde voorschotten niet te zullen terugvorderen van eiseres. De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder een deel van het verleende subsidiebedrag als voorschotten heeft uitbetaald, zoals in het verleningsbesluit is bepaald. Daarnaast heeft verweerder in het derde en vierde kwartaal van 2017 de salariskosten van de vaste medewerkers betaald en enkele betalingen ter voorkoming van liquidi-teitsproblemen. Onder de omstandigheid dat er inmiddels wel een (door verweerder geaccepteerde) financiële verslaglegging is, ligt het op de weg van verweerder om te motiveren welk deel van de door eiseres gemaakte kosten subsidiabel zijn. Een nihilstelling waarbij wordt afgezien van terugvordering van de reeds via de voorschotten betaalde bedragen, zoals verweerder heeft gedaan, staat daaraan niet gelijk. Verweerder had de subsidie redelijkerwijs niet op nihil mogen vaststellen. Aan het bestreden besluit kleeft een motiveringsgebrek. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl