Rb. Amsterdam 14 juli 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3653

Verdachte heeft de ruiten van een restaurant te Amsterdam op 8 mei 2020 vernield en daarna een Israëlische vlag, toebehorend aan dat Israëlische restaurant, in brand gestoken. De rechtbank acht bewezen dat verdachte deze feiten heeft begaan met een terroristisch oogmerk. De rechtbank heeft hiervoor gekeken naar de verklaringen van verdachte over de reden van zijn handelen, de aard van de feiten en de door de NTA opgestelde duidingsrapportage. Verdachte geeft een ondubbelzinnige afwijzing van de Israëlische bevolking en de Israëlische staat en stelt dat hij handelde onder leiding van God, Allah. Bij verdachte is onder andere sprake van geweldslegitimatie om zijn politieke doelen te bereiken en hij is er sterk van overtuigd dat de bevolkingsgroep waartoe hij zichzelf rekent bedreigd en onderdrukt wordt door een duidelijk omschreven vijand, zijnde de Israëlische bevolking. Verdachte heeft daarnaast een verleden als getrainde en geoefende militair bij een terroristische groepering en is vertrouwd met extremistische denkkaders. De rechtbank acht eveneens bewezen dat verdachte op 28 februari ontucht heeft gepleegd. De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 12 maanden en de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken