Rb. Amsterdam 25 maart 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3060

Eiseres is werkzaam als gespreksleider intervisie. Per 1 maart 2020 geldt voor gespreksleiders intervisie voor advocaten het vereiste dat zij op grond van artikel 26 van de Advocatenwet zijn aangewezen als deskundige. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres om te worden aangewezen als gespreksleider intervisie afgewezen, omdat zij niet beschikt over een afgeronde academische opleiding, zoals vereist wordt in artikel 13c, eerste lid, onder a, van de Regeling op de advocatuur. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit in overeenstemming met de regelgeving is genomen. De redelijkheid van dit vereiste is niet betwist en past in het streven van de orde om te komen tot verder gaande professionalisering. De rechtbank stelt daarnaast vast dat niet is voorzien in overgangsrecht en dat de belangen van eiseres niet bij het bestreden besluit noch bij de totstandkoming van het nieuwe voorschrift omtrent intervisie zijn betrokken. Het belang van de kwaliteit van de advocatuur en goede rechtsbedeling staat niet in de weg aan het verlenen van een compensatie of het treffen van een (tijdelijke) overgangsregeling. Naar het oordeel van de rechtbank is ongemotiveerde onverkorte toepassing van artikel 13c van de Roda in geval van eiseres in strijd met artikel 3:4 van de Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken