Rb. Amsterdam 1 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:252
De kern van de zaak ziet op de vraag of verdachte en/of zijn medeverdachten bewust informatie hebben verzwegen voor de accountant, waardoor de accountant onjuiste of onvolledige gegevens in de geconsolideerde jaarrekeningen van een beursgenoteerde vennootschap heeft opgenomen en de bestuurders vervolgens onware jaarrekeningen openbaar hebben gemaakt. Daarnaast wordt verdachte verweten dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. De rechtbank acht bewezen dat verdachte, in vereniging, opzettelijk valse Letters of Representation (LOR’s) heeft toegezonden/overhandigd aan de accountant. Hij was samen met een medeverdachte een van de belangrijkste gesprekspartners voor de accountant en hij heeft de LOR’s ondertekend. Hij wordt ook veroordeeld voor het opzettelijk openbaar doen maken van onware jaarrekeningen van een beursgenoteerde vennootschap over 2006 en 2007. Verdachte heeft bij deze gang van zaken een bepalende rol gehad. Verdachte wordt vrijgesproken van deelname/leiding geven aan een criminele organisatie. Gezien het tijdsverloop van de zaak, de gang van zaken tijdens het onderzoek en de impact die de hele strafzaak op hem heeft gehad, acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van één jaar op zijn plaats.
De uitspraak op rechtspraak.nl