Rb. Amsterdam 1 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:238
De kern van de zaak ziet op de vraag of verdachte en/of zijn medeverdachten bewust informatie hebben verzwegen voor de accountant, waardoor de accountant onjuiste of onvolledige gegevens in de geconsolideerde jaarrekeningen van een beursgenoteerde vennootschap heeft opgenomen en de bestuurders vervolgens onware jaarrekeningen openbaar hebben gemaakt. Daarnaast wordt verdachte verweten dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Verdachte wordt veroordeeld voor het opzettelijk openbaar doen maken van onware jaarrekeningen van een beursgenoteerde vennootschap over 2006 en 2007. Verdachte heeft bij deze gang van zaken een bepalende rol gehad. Hij had een sleutelpositie als commissaris en was feitelijk de belangrijkste bestuurder van het bedrijf. Verdachte wordt vrijgesproken van het opzettelijk gebruik maken van valse Letters of Representation, omdat de bewijsmiddelen onvoldoende aanknopingspunten geven om aan te nemen dat sprake is van een bijdrage van voldoende gewicht aan het gebruik maken van deze documenten, in de zin van het overhandigen/toezenden daarvan aan de accountant. Verdachte wordt ook vrijgesproken van deelname/leiding geven aan een criminele organisatie. Gezien het tijdsverloop van de zaak, de gang van zaken tijdens het onderzoek en de impact die de hele strafzaak op hem heeft gehad, acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van één jaar op zijn plaats.
De uitspraak op rechtspraak.nl