Rb. Amsterdam 25 maart 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1413
Na een schietincident heeft verweerder besloten tot het plaatsen van tijdelijk cameratoezicht in het belang van de openbare orde. Verzoeker heeft verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, omdat hij meent dat zijn privacy door het cameratoezicht wordt geschonden. Volgens de voorzieningenrechter is de bestuursrechter bevoegd te oordelen over de specifieke locatie van de camera, hoewel dat in dit geval geen onderdeel is van de bestreden besluiten. Dit kan namelijk een rol spelen in de afweging of een besluit tot cameratoezicht proportioneel is. Verweerder heeft aangegeven dat de woning van verzoeker wordt afgeschermd met een privacy mask in de software. De voorzieningenrechter vindt het echter niet aannemelijk dat er geen oplossing kan worden gevonden die enerzijds recht doet aan het belang van openbare orde en anderzijds aan de privacy belangen van verzoeker, op een zodanige wijze dat verzoeker zélf kan zien dat zijn privacy is gewaarborgd. Het toezicht met de 360o-camera voor het keukenraam van verzoeker kan daarom niet op de huidige manier worden gecontinueerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl