Rb. Amsterdam 11 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:756

Verweerder heeft het verzoek van eiser tot toepassing van de remplaçantenregeling van artikel 55aa van het Barp (oud) mogen afwijzen. In het bestreden besluit is een verkeerde peildatum gehanteerd, in beroep heeft verweerder een andere peildatum (1 januari 2018) genomen. De rechtbank is van oordeel dat het hanteren van de peildatum 1 januari 2018 niet onredelijk is, aangezien het hier een tweede aanvraag betreft en de peildatum van 1 januari 2018 kort na de aanvraagdatum ligt. Op de peildatum was er een onderbezetting van 1,94 fte. Gelet hierop werd op de peildatum niet voldaan aan de voorwaarde dat er als gevolg van het (eventuele) vertrek van eiser een formatieplaats vrij zou komen. Nu niet aan deze voorwaarde is voldaan, wordt niet toegekomen aan beoordeling van de tweede voorwaarde (of een herplaatsingskandidaat kon worden geplaatst). De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens een motiveringsgebrek, maar ziet aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken