Rb. Amsterdam 23 december 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:6980

Eiser ontvangt kinderopvangtoeslag. In verband met de maatregelen tegen het coronavirus heeft eiser van 16 maart 2020 tot 11 mei 2020 geen gebruik kunnen maken van de gastouderopvang. Verweerder heeft de vergoeding van de eigen bijdrage kinderopvang, gebaseerd op de gegevens die op de peildatum van 6 april 2020 bekend en verwerkt waren. Pas in juli 2020 heeft eiser een wijziging in het aantal opvanguren doorgegeven. Eiser vindt dat de vergoeding hoger moet worden vastgesteld, omdat hij over de periode van 16 maart tot 11 mei € 578 aan eigen bijdrage heeft betaald, terwijl hij maar € 64 vergoed heeft gekregen. Hij vraagt om een exceptieve toetsing. Uit de aangehaalde passages van de nota van toelichting bij de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO blijkt dat de wetgever aandacht heeft gehad voor eventuele nadelige gevolgen van de snelheid waarmee de regeling tot stand is gebracht, voor de gevolgen van een eenvoudige en dus snelle uitvoering en voor de keuze van de peildatum van 6 april 2020. De wetgever heeft bewust afgezien van een voorschotregeling op basis van op 6 april 2020 bekende en verwerkte gegevens en een latere definitieve vaststelling op basis van nadien bekend geworden en mogelijk afwijkende gegevens.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken