Rb. Amsterdam 8 januari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:305
De Bank beroept zich op een gevestigd stil pandrecht in de zin van artikel 3:239 lid 1 BW. Het is niet komen vast te staan dat de overeenkomsten waarin de bank heeft vastgelegd dat zij een pandrecht heeft ook daadwerkelijk door haar zijn geregistreerd bij de Belastingdienst. Omdat dit een vereiste is voor de totstandkoming van het pandrecht is niet komen vast te staan dat de Bank een pandrecht heeft gevestigd. De vordering van de Bank wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl