Rb. Amsterdam 21 april 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2641
Aan de orde is de vraag of HB Company op grond van de garantstellingsovereenkomst moet worden veroordeeld tot betaling van de gestelde huurachterstand, rente en boete. Voor beantwoording van die vraag is van belang 1) of er een onvoorwaardelijke (abstracte) concerngarantie is afgegeven of een voorwaardelijke concerngarantie in die zin, dat HB Company zich kan beroepen op de verweermiddelen die HBC Netherlands heeft en 2) indien er sprake is van een voorwaardelijke concerngarantie, of het verweermiddel verrekening dat door HB Company is ingeroepen, al dan niet slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl