Rb. Amsterdam 25 maart 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1825
Ondernemingsrecht. Geldleninggever wint pandrecht op aandelen uit die een derde houdt in de leningnemer. De leninggever koopt zelf de uitgewonnen aandelen. In verblijvenbeschikking bepaalt voorzieningenrechter de koopprijs op het geleende bedrag van tientallen miljoenen euro’s. De vordering van leninggever op leningnemer wordt tegelijkertijd met dat bedrag afgeboekt. Als de aandelen die de derde hield in de leningnemer in werkelijkheid veel minder waard waren, tot werk bedrag is die derde dan gesubrogeerd in de oorspronkelijke rechten van de leninggever jegens de leningnemer?
De uitspraak op rechtspraak.nl