Rb. Amsterdam 20 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9496
Artikel 2:14 Awb en Advocatenwet; de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten is een bestuursorgaan en het primaire besluit is een besluit in de zin van de Awb, dus de rechtbank is bevoegd over het beroep te oordelen; het bezwaar is te laat ingediend: verschoonbaar? eiser heeft impliciet kenbaar gemaakt bereikbaar te zijn via de mail door een 'bestendige mailpraktijk' met verweerder te voeren; verweerder heeft het juiste mailadres gebruikt en de verzending, ontvangst en het moment van het openen van de mail aannemelijk gemaakt (binnen de bezwaartermijn is de mail geopend); ook is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar - het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 134 Gw
- Artikel 17 Advw
- Artikel 17a Advw
- Artikel 32 Advw
- Artikel 1:1 Awb
- Artikel 1:3 Awb
- Artikel 2:14 Awb
- Artikel 3:41 Awb
- Artikel 6:15 Awb
- Artikel 2.26 Verordening op de advocatuur
- Artikel 2 Mandaatbesluit AS 2015
- Artikel 7 Mandaatbesluit AS 2015
- Artikel 3 Mandaatbesluit AR 2015
- Artikel 8 Mandaatbesluit AR 2015