Rb. Amsterdam 31 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8069
Verdachte heeft honden gefokt op vechtkenmerken en bedrijfsmatig honden gehouden zonder te voldoen aan de benodigde vereisten. Door het fokken heeft verdachte hondengevechten aangemoedigd en daar financieel beter van willen worden. Verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 220 uur, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarde een houdverbod voor het houden van honden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 14a Sr
- Artikel 14b Sr
- Artikel 14c Sr
- Artikel 14d Sr
- Artikel 47 Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 140 Sr
- Artikel 1 WED
- Artikel 2 WED
- Artikel 6 WED
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht
- Artikel 2.6 Wet dieren
- Artikel 2.7 Wet dieren
- Artikel 3.4 Besluit houders van dieren
- Artikel 3.6 Besluit houders van dieren
- Artikel 3.8 Besluit houders van dieren