Rb. Amsterdam 26 september 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7104

EAB Polen, executie van een straf van een met een Nederlander gelijkgestelde onderdaan van Polen.Op 24 januari 2014 is gevorderd het Poolse Europees Aanhoudingsbevel (EAB) in behandeling te nemen. Tot twee keer toe heeft de Internationale Rechtshulpkamer (IRK) te Amsterdam aanleiding gezien prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Op 24 juni 2019 heeft het Hof de in de tweede verwijzingsbeslissing gestelde vragen beantwoord. Gezien het in deze zaak toepasselijke recht en gezien de overwegingen van het Hof van Justitie en de beantwoording van de gestelde vragen, waarbij ook de rol van de Minister van Justitie en Veiligheid is betrokken, is de rechtbank van oordeel dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 6, tweede lid, OLW in samenhang met artikel 6, vijfde lid, OLW.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken