Rb. Amsterdam 29 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3788
Gemeente mocht het verkeersbesluit ‘snorfietsers naar de rijbaan met helmplicht’ nemen. Op 11 december 2018 heeft de gemeente Amsterdam het verkeersbesluit ‘Snorfiets naar de rijbaan met helmplicht’ genomen. Dit besluit houdt in dat per 8 april 2019 de meeste vrijliggende fietspaden binnen de Ring A10 zijn aangewezen als verplicht fietspad waarop snorfietsen niet zijn toegestaan. Snorfietsen moeten daar naar de rijbaan en vanwege de veiligheid moeten de bestuurders en hun passagiers een helm dragen. Eisers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld. Volgens eisers verslechtert de verkeersveiligheid door dit besluit. De rechtbank dient allereerst te beoordelen of eisers als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt. Volgens de rechtbank is dit het geval. Het ter toetsing voorliggende verkeersbesluit heeft een ruime werking. Het omvat een aanzienlijk deel van het wegenverkeersnet binnen de Ring A10. Daarom zullen eisers als belanghebbenden worden aangemerkt en zal de rechtbank het verkeersbesluit inhoudelijk beoordelen. De gemeente komt bij het nemen van een verkeersbesluit beoordelingsruimte toe. Verder heeft de gemeente beleidsruimte bij het afwegen van de betrokken belangen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat met het nemen van het verkeersbesluit de belangen die worden genoemd in artikel 14 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer zijn gediend. Verweerder heeft aannemelijk gemaakt dat met het verkeersbesluit de verkeersveiligheid is gediend en dat op de fietspaden binnen de Ring A10 sprake is van grote drukte. Verder is de door verweerder uitgevoerde belangenafweging niet onredelijk. Hierbij is van belang dat, alhoewel eisers dagelijks worden geraakt door het verkeersbesluit, sprake is van een relatief beperkte maatregel. Snorfietsen worden niet verboden en het besluit ziet op maximaal 40% van de wegen. Op zo’n 60% van het wegennet rijden snorfietsers al op de rijbaan. Hierbij gaat het ook om een aantal drukke, doorgaande straten, zoals de Rozengracht, de Vijzelstraat en de Stadionweg. Daarbij bestaat er de mogelijkheid voor eisers om een andere route te rijden. Verder heeft verweerder rekening gehouden met aspecten die van belang zijn voor de verkeersveiligheid. Zo is rekening gehouden met de weginrichting, de daadwerkelijk gereden snelheden, de continuïteit en de duidelijkheid voor de verkeersdeelnemers. Hierdoor zijn een aantal drukke verkeersaders uitgezonderd van de werkingssfeer. Verder is van belang dat verweerder heeft toegelicht dat op de meeste wegen binnen de Ring A10 de maximale toegestane snelheid van 50 km/uur niet wordt gehaald. Daardoor is sprake van een kleiner snelheidsverschil dan waar eisers vanuit gaan. Verweerder heeft in dit verband ook gewezen op de verplaatsing van bromfietsers naar de rijbaan. In 1999 was het snelheidsverschil tussen bromfietsers en automobilisten 20 km/uur en toch nam de verkeersveiligheid toe. Dit alles overziend is de rechtbank van oordeel dat de mogelijk nadelige gevolgen die snorfietsers ondervinden van het verkeersbesluit niet onevenredig zijn in verhouding tot het daarmee te dienen doel, namelijk het verbeteren van de verkeersveiligheid en het beheersen van de drukte op de fietspaden. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:190
- CRvB 7 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3474
- ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1861
- ABRvS 2 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1431
- Rb. Amsterdam 29 november 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:8753
- Rb. Rotterdam 14 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4469
- ABRvS 25 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:152
- ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1316
- ABRvS 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4475
- ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3948
- ABRvS 25 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX2597