Rb. Amsterdam 11 januari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:207
Overleveringsdetentie. De raadkamer heeft de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon, wiens overlevering is toegestaan, geschorst. Naar het oordeel van de rechtbank is er weliswaar sprake van (matig) vluchtgevaar, maar kan dit in de onderhavige zaak worden ingeperkt door het stellen van schorsingsvoorwaarden. Dit leidt tot de conclusie dat de vrijheidsbeneming van deze opgeëiste persoon nadat de overlevering is toegestaan, in de onderhavige zaak niet noodzakelijk is als bedoeld in artikel 52 lid 1 Handvest teneinde op termijn zijn voorlopige terbeschikkingstelling of feitelijke overlevering te realiseren en het voortduren van de overleveringsdetentie zich daarom niet verdraagt met artikel 6 van het Handvest.
De uitspraak op rechtspraak.nl