Rb. Amsterdam 25 januari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:1339

prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Kort gezegd is niet duidelijk op welke wijze een verzoek ex artikel 1062 Rv (een verzoek om een arbitraal vonnis ten uitvoer te mogen leggen) moet worden beoordeeld als het én om een arbitraal verstekvonnis gaat én gedaagde een consument is. In de beschikking van 25 januari 2019 heeft de voorzieningenrechter uiteengezet, alvorens te beslissen op het verzoek, dat het nodig is om hierover vragen te stellen aan de Hoge Raad. Op de voet van artikel 392 Rv zijn partijen in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten. Dat heeft geleid tot de beschikking van 27 februari 2019 waarin de eerder geformuleerde vragen, die ongewijzigd zijn gebleven, aan de Hoge Raad worden gesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken