Rb. Amsterdam 16 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:4885
Vennootschapsrecht. (i) De raadgevende stem van de bestuurder als bedoeld in artikel 2:227 lid 7 BW. In casu aan dit voorschrift voldaan, nu vast staat dat de gelegenheid voor de raadgevende stem er daadwerkelijk is geweest, ook al melden de notulen van de vergadering dat niet. (ii) Vordering uit wanprestatie/onrechtmatige daad door een minderheidsaandeelhouder van een ontbonden vennootschap jegens de voormalige meerderheidsaandeelhouder wegens het overdragen door die laatste van de aandelen aan een derde, in weerwil van de afspraak tot behoud van het aandeelhouderschap in afwachting van de voltooiing van de vereffening van het vermogen der vennootschap. De vordering wordt afgewezen omdat niet althans onvoldoende is gesteld en gebleken dat de wisseling van het meerderheidsaandeelhouderschap nadeel oplevert voor de eiser/minderheidsaandeelhouder, terwijl voor de overdracht van de meerderheidsaandelen ook een zwaarwegend belang aanwezig was.
De uitspraak op rechtspraak.nl