Rb. Amsterdam 30 mei 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3675
Voornemen om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad naar aanleiding van het beroep op dwaling in een zaak met betrekking tot een met een bank overeengekomen renteswap. Hoe ver gaat de mededelingsplicht van artikel 6:228 BW bij het afsluiten van een swap, kan een klant een beroep doen op dwaling als hij er geen schade door heeft geleden en kan worden gedwaald over zaken die niet aan de orde zijn geweest bij het afsluiten van de swap? De vragen doen zich voor in vele andere bij de rechtbank Amsterdam en andere rechtbanken aanhangige zaken en gelet op verschillende oordelen hierover bestaat er behoefte aan een richtinggevende uitspraak van de Hoge Raad.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Amsterdam 19 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5275
- Hof Amsterdam 28 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4946
- Hof Amsterdam 25 juli 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3043
- Hof Amsterdam 15 september 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3842
- Rb. Amsterdam 17 juni 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:3906
- Hof 's-Hertogenbosch 15 april 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1052
- Rb. Amsterdam 9 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2280
- Rb. Amsterdam 27 november 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:8687
- HR 4 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH7854
- HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2811
- HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815
- HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2822
- HR 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE9398
- HR 19 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9559