Rb. Amsterdam 16 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3622
Verzoek afgewezen. De kern van het wrakingsverzoek is dat verzoekers van mening zijn dat de afwijzing van het verzoek tot aanhouding onbegrijpelijk is en daarom getuigt van vooringenomenheid. Het getuigenverhoor is door de rechter bepaald op grond van de vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 181 Sv. Op grond van artikel 186a lid 1 Sv heeft de verdediging het recht dit verhoor bij te wonen met dien verstande dat op grond van artikel 186 lid 2 juncto artikel 186a lid 3 Sv het verhoor niet mag worden opgehouden. De rechter heeft in dit verband zijn beslissing toegelicht en erop gewezen dat de getuige op eerdere oproepen niet was verschenen en zij voornemens was met een van de verdachten een geregistreerd partnerschap aan te gaan. Dit laatste zou meebrengen dat zij vanaf dat moment een beroep zou kunnen doen op haar verschoningsrecht en vragen niet zou behoeven te beantwoorden. Ten aanzien van de verdere wrakingsgronden geldt dat de verdediging is aangeboden het aan de rechter overhandigde proces-verbaal van bevindingen tijdens een korte leespauze te bestuderen alvorens met het getuigenverhoor zou worden begonnen. De verdediging heeft dit aanbod naast zich neergelegd. Het beginsel van equality of arms wordt niet geschonden, nu het doen van een verzoek ex artikel 182 Sv nog openstaat. Toepassing antimisbruikbepaling. Van misbruik is sprake indien de verdediging de rechter op straffe van wraking dwingt een bepaalde beslissing te nemen. De rechter moet zijn beslissing en de motivering daarvan in vrijheid kunnen geven op basis van de door de procesdeelnemers gevoerde argumenten. De dreiging met indiening een wrakingsverzoek vormt een ontoelaatbare wijze van beïnvloeding van dat proces.
De uitspraak op rechtspraak.nl