Rb. Amsterdam 7 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3615
Verzoek afgewezen. Bezwaren tegen door rechter-commissaris genomen beslissing tot het treffen van bijzondere maatregelen bij het horen van een getuige en het weigeren van het opmaken van een proces-verbaal van meineed. De rechter was op grond van haar zorgplicht gehouden te beslissen of er bijzondere maatregelen ten aanzien van de getuige noodzakelijk waren en zo ja welke maatregelen dat zouden moeten zijn. Daarbij zijn alle bezwaren en argumenten van de raadsman van verzoeker aan de orde geweest en besproken. De rechter blijkt zich rekenschap te hebben gegeven van de beperkingen van het ondervragingsrecht die haar beslissingen tot gevolg kunnen hebben en heeft gemotiveerd waarom deze in haar ogen toch noodzakelijk waren en onder de gegeven omstandigheden als de minst vergaande konden worden beschouwd. De door de rechter genomen beslissingen, mede gelet op de motivering daarvan zijn niet zodanig onbegrijpelijk dat daaraan een naar objectieve maatstaven gerechtvaardigde aanwijzing voor (de schijn van) partijdigheid zou kunnen worden afgeleid. Dat geldt evenzeer voor de beslissing van de rechter om geen proces-verbaal van meineed op te maken na een daartoe strekkend verzoek van de raadsman. De rechter heeft geen oordeel gegeven omtrent de geloofwaardigheid van de getuige op punten die door verzoeker worden betwist.
De uitspraak op rechtspraak.nl