Rb. Amsterdam 22 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2548
Executoriaal beslag ten laste van de republiek Kazachstan opgeheven, onder meer vanwege soevereine immuniteit. De nietigheid van het beslag is niet uitgesproken vanwege schending van artikel 721 Rv, dat vereist dat de eis in de hoofdzaak binnen 8 dagen na het instellen daarvan aan de derde-beslagene moet worden overbetekend, hetgeen in dit geval niet was gebeurd. In navolging van een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2015:3197) is geoordeeld dat de met artikel 721 Rv beschermde belangen in dit geval niet zijn geschaad.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 438 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 475 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 476a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 477a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 721 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 53 ICSID
Aangehaalde uitspraken
- Hof Amsterdam 14 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4683
- HR 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2354
- HR 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2236
- HR 30 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3197
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 23 september 2014, ECLI:NL:OGHACMB:2014:37