Rb. Amsterdam 18 januari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:222
Overlevering, vervolging, Polen. Het verweer dat de opgeëiste persoon het risico loopt om het slachtoffer te worden van een schending van artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie omdat het rechtssysteem van Polen niet meer voldoet aan de eisen van een rechtsstaat, wordt door de rechtbank verworpen. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een zorgelijke ontwikkeling in Polen. Op dit moment is binnen EU-verband echter de artikel 7-procedure gestart en is door de Europese Commissie een nieuwe aanbeveling inzake de rechtsstaat tot Polen gericht. Deze inspanningen strekken er toe te voorkomen dat de door de raadsvrouw geschetste situatie in de verdere toekomst zou kunnen ontstaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan bij de huidige stand van zaken niet worden geoordeeld dat overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen tot een schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon, in het bijzonder artikel 47 Handvest, zal leiden.
De uitspraak op rechtspraak.nl