Rb. Amsterdam 17 januari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1959

Renteswap. Gesteld wordt dat de bank in strijd heeft gehandeld met haar wettelijke en contractuele verplichtingen om eiseressen juist en voldoende te informeren en onderzoek te doen naar de passendheid en geschiktheid van de renteswaps, en dat de bank heeft nagelaten deugdelijk advies te geven en eiseressen te waarschuwen voor de kenmerken en risico’s van renteswaps en aldus haar zorgplicht heeft geschonden. Eiseressen beroepen zich op dwaling over de kenmerken en risico’s van de renteswap. Rechtbank oordeelt onder meer dat de bank zich terecht beroept op verjaring. De stelling van eiseressen dat zij pas veel later, toen zij het dossier liet beoordelen door haar advocaat, daadwerkelijk wetenschap hadden van de schending van de zorgplicht, staat volgens de rechtbank niet in de weg aan een geslaagd verjaringsverweer. Verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 26 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR1739).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken