Rb. Amsterdam 11 januari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:153
De opgeëiste persoon is in Polen in twee strafzaken veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke straf. Hij is bij de inhoudelijke behandeling van de ene strafzaak aanwezig geweest en voor de inhoudelijke behandeling van de andere strafzaak in persoon gedagvaard. Nadien heeft de Poolse rechter, buiten aanwezigheid van de opgeëiste persoon, de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraffen gelast. Gelet op het arrest Ardic van het Hof van Justitie van de Europese Unie (ECLI:EU:C:2017:1026) overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank stelt vast dat procedures waarin de Poolse rechter de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraffen heeft gelast, betrekking hadden op de vraag of de opgeëiste persoon gedurende de proeftijd de aan hem opgelegde voorwaarden had overtreden. De beslissingen van the Local Court in Bialogard houden in dat de opgeëiste persoon de aanvankelijk voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraffen alsnog in hun geheel moet ondergaan en hebben daarom noch de aard noch de maat van de aanvankelijk uitgesproken straffen gewijzigd. Om die reden vallen voornoemde procedures, niet onder het begrip ‘proces dat tot de beslissing heeft geleid’ in de zin van artikel 4 bis, lid 1, van kaderbesluit 2002/584/JBZ betreffende het Europees aanhoudingsbevel. De weigeringsgrond ex artikel 12 OLW is derhalve niet van toepassing.
De uitspraak op rechtspraak.nl