Rb. Amsterdam 23 november 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:9105
Effectenleaseovereenkomst.; ontbinding door Dexia van de lease-overeenkomst wegens wanprestatie; Artikel 6 van de algemene voorwaarden is een oneerlijk beding, arrest van de Hoge Raad van 21 april 2017 (JOR 217/164, ECLI:NL:HR:2017:77); heeft Dexia aanspraak op een schadevergoeding; de door het HvJEU aan de vernietiging van een oneerlijk beding verbonden consequenties dienen daarbij tot uitgangspunt te worden genomen; Dexia heeft geen vordering op de afnemer terzake van resterende termijnen. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de bepalingen, op grond waarvan Dexia bij de ontbinding van de overeenkomst de (contant gemaakte) resterende termijnen in rekening heeft gebracht, vernietigbaar zijn en dus buiten toepassing moeten blijven. De door het HvJEU aan de vernietiging van een oneerlijk beding verbonden consequenties dienen tot uitgangspunt te worden genomen bij de vaststelling van de op grond van de wet (artikel 6:277 BW) voor rekening van de afnemer komende schade. Indien met toepassing van de Richtlijn contractuele bedingen buiten toepassing zijn gebleven, moeten de (daarvoor in de plaats komende) wettelijke bepalingen van aanvullend recht betreffende schadevergoeding zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met het met die Richtlijn beoogde doel. Na toepassing van artikel 6:101 lid 1 BW en de billijkheidscorrectie wordt geconcludeerd dat Dexia geen vordering heeft op de afnemer terzake van resterende termijnen.
De uitspraak op rechtspraak.nl