Rb. Amsterdam 8 december 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:9034

De minister heeft een Wbr-vergunning verleend aan vergunninghouder voor het plaatsen van vier energielaadpunten als aanvullende voorziening bij een reeds door vergunninghouder geëxploiteerd benzinestation en wegrestaurant. Volgens eiseressen had de minister deze vergunning niet mogen verlenen, omdat energielaadpunten niet langer als aanvullende voorziening kunnen worden beschouwd. Het is volgens eiseressen ook onmogelijk om twee (basis)voorzieningen op één verzorgingsplaats toe te staan. Omdat eiseressen eerder een aanvraag voor een vergunning voor energielaadpunten op deze locatie had ingediend, had de vergunning volgens eiseressen alleen aan hen verleend kunnen worden. De rechtbank is van oordeel dat de minister niet beoogd heeft om energielaadpunten als aanvullende voorzieningen onmogelijk te maken. Het is dus, behoudens de toetsingscriteria van de Wbr, wel mogelijk dat twee energielaadpunten, één basis- én een aanvullende voorziening op één verzorgingsplaats gerealiseerd worden. Omdat (i) eiseressen niet in aanmerking kunnen komen voor een vergunning voor een energielaadpunt als aanvullende voorziening, (ii) de minister voornemens is om de aangevraagde vergunning voor een energielaadpunt als basisvoorziening aan eiseressen te verlenen én (iii) eiseressen in dit geval niet als concurrent kunnen worden aangemerkt om zo als belanghebbende in de zin van de Awb te worden aangemerkt, hebben eiseressen geen belang bij de verleende vergunning. De minister heeft eiseressen terecht niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken