Rb. Amsterdam 23 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7996
Lerares lichamelijke opvoeding bij een internationale school. Zij maakt aanspraak op een jubileumuitkering ivm een 25 jarig dienstverband, waarbij zij betoogt dat ogv de CAO de gewerkte jaren bij een vorige (ook internationael) school mee moeten tellen. Het betreffende CAO artikel luidt: “1. De werknemer heeft bij het bereiken van de jubileumdatum aanspraak op een door de werkgever uit te betalen jubileumgratificatie. 2. De jubileumgratificatie bedraagt bij een 25-jarige diensttijd bij het onderwijs 50 % en bij een 40- of 50- jarig jubileum 100 % van het bruto maandsalaris verhoogd met vakantietoeslag.” 3. Onder diensttijd bij het onderwijs wordt verstaan de tijd doorgebracht in een betrekking in het po, vo, bve (mbo) of hbo.” De kantonrechter geeft de lerares gelijk, met de volgende overweging: geoordeeld wordt dat de CAO 2016-2017, en die CAO alleen, bepalend is voor het antwoord op de vraag of de lerares per 1 september 2016 aanspraak heeft op de jubileumgratificatie. Artikel 13.8 van de CAO 2016-2017 verwoordt heel duidelijk wie er recht heeft op een dergelijke gratificatie, namelijk degene die een 25-jarige diensttijd bij het onderwijs heeft, waarbij onder die diensttijd wordt verstaan de tijd doorgebracht in een betrekking in het po, vo, bve (mbo) of hbo. Dat dit leidt tot een “ruim” begrip van wat onder diensttijd bij het onderwijs wordt begrepen, kan niet tot gevolg hebben dat het daarom beperkter moet worden uitgelegd. Tegen een beperking van het begrip diensttijd bij het onderwijs pleit ook dat de CAO een minimumkarakter heeft. Dit volgt uit artikel 1.3 van de CAO 2016-2017. Dat de vorige school volgens de werkgever buiten het Nederlandse onderwijssysteem zou vallen, als dat al juist is, leidt niet tot een ander oordeel.
De uitspraak op rechtspraak.nl