Rb. Amsterdam 7 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:6199

Bestuurlijke lus. Doorzenden Wob-verzoek. Gedeeltelijk weigeren van de gevraagde informatie. Artikel 11 en artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob. De vraag die de rechtbank bij het toetsen van de geweigerde passages moet beantwoorden is allereerst of de passages persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. Vervolgens moet de rechtbank toetsen of die passages geweigerd mochten worden. Bij de beperkingsgrond om informatie openbaar te maken op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob gaat het om de afweging van verweerder of het belang van een onevenredig nadeel zich verzet tegen het belang van openbaarmaking. De rechtbank toetst deze weging niet terughoudend, maar intensief. De rechtbank oordeelt eerst dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er een nadeel bestaat, dat ook onevenredig is. Bestuursleden moeten namelijk in vertrouwen standpunten kunnen innemen en vrij met elkaar van gedachten kunnen wisselen in hun vergaderingen over zowel kwesties als verstrekte informatie, omdat anders de meningsvorming en het besluitproces onnodig kan worden gefrustreerd. De rechtbank zal daarom verder bij het toetsen van B-passages beoordelen of verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat dit belang van onevenredig nadeel zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking. Deze toets heeft de rechtbank op elke geweigerde passage toegepast. Verweerder krijgt de gelegenheid om de vastgestelde gebreken in het bestreden besluit te herstellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken