Rb. Amsterdam 18 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3345

Last onder dwangsom opgelegd op grond van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Volgens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de onderwijsinstelling meer dan de op grond van de WNT geldende norm vergoed voor de ter beschikkingstelling van een bestuurder. De rechtbank is van oordeel dat de vergoeding door de onderwijsinstelling aan het bureau dat de bestuurder heeft bemiddeld voor onder andere selectie en introductie (de zogenoemde bureaukosten) niet onder de WNT-norm valt. De rechtbank leidt uit de Memorie van Toelichting af dat de doelstelling van de WNT, zoals die gold op het moment van inwerkingtreding op 1 januari 2013, niet was dat een instelling niet meer mag uitgeven dan de norm, maar dat een topfunctionaris niet meer mag ontvangen dan de norm. De rechtbank is van oordeel dat ook als de vergoeding voor de bureaukosten buiten beschouwing wordt gelaten, de WNT-norm is overschreden. Verweerder was dan ook in beginsel bevoegd om handhavend op te treden en eisers lasten onder dwangsom op te leggen. Omdat de overschrijding van het normbedrag minder is dan waar verweerder van is uitgegaan, heeft verweerder de lasten in de huidige vorm ten onrechte aan eisers opgelegd. De beroepen zijn daarom gegrond. De rechtbank draagt verweerder op nieuwe besluiten op de bezwaren te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken