Rb. Amsterdam 23 november 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:7703
De rechtbank is van oordeel dat, indien vast komt te staan dat eiser, naast al zijn rijexamens via de rijschool in Den Helder, ook steeds daadwerkelijk rijlessen heeft gehad bij die rijschool, fraude-indicator 3, hoe bevreemdingwekkend de grote afstand tussen eisers woonplaats en en de rijschool dan ook voor verweerder kan zijn, geen fraude indiceert bij de verkrijging van eisers rijbewijs. De rechtbank is vervolgens van oordeel dat eiser met de door hem overgelegde stukken niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk rijlessen heeft gevolgd bij de rijschool. De door eiser overgelegde stukken zijn daarvan geen onderbouwing. Aan de hand van deze stukken valt immers niet na te gaan of eiser op de in de agenda genoemde data en tijdstippen daadwerkelijk rijles heeft gehad. Eiser heeft evenmin stukken overgelegd die zijn vervoer naar, dan wel verblijf in Den Helder hebben onderbouwd of die het daadwerkelijk volgen van rijlessen bij de rijschool aannemelijk maken. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat indicator 3 onverminderd op eiser van toepassing is en wel degelijk een indicatie van fraude oplevert, in combinatie met de op eiser van toepassing zijnde indicatoren 1 en 2.
De uitspraak op rechtspraak.nl