Rb. Amsterdam 28 januari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:568
Mogelijk geen wettelijke grondslag boetebesluit Verzoekers hebben een bestuurlijke boete opgelegd gekregen wegens het zonder vergunning daartoe onttrekken van de woningen aan de woonruimtevoorraad, door deze op hotelmatige wijze te exploiteren. De boetebesluiten zijn genomen op grond van artikel 59 van de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013, zoals deze per 1 juli 2015 gold. Daarin wordt nog steeds verwezen naar de artikelen 7 en 30 uit de wet, terwijl de ‘wet’ op grond van artikel 1, onder vv, van de gewijzigde Huisvestingsverordening is gedefinieerd als de (nieuwe) Huisvestingswet 2014. De verwijzing naar de artikelen 7 en 30 als grondslag voor de bevoegdheid tot het opleggen van de boetes is onjuist omdat in de Huisvestingswet 2014, anders dan in de oude Huisvestingswet, het verbod op woningonttrekking niet in de artikelen 7 en 30 is neergelegd, maar in artikel 21. Hoewel deze onjuiste verwijzing zeer waarschijnlijk bij de herziening van de Huisvestingsverordening over het hoofd is gezien, betekent dit niet dat daaraan voorbij kan worden gegaan bij de (voorlopige) rechtmatigheidsbeoordeling van de bestreden besluiten. Nu dit gebrek in bezwaar niet meer kan worden hersteld, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de bestreden besluiten naar verwachting in bezwaar niet zullen standhouden. Het verzoek wordt toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl