Rb. Amsterdam 12 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2759
Een vordering ex art. 843a Rv kan niet worden ingediend in een verzoekschriftprocedure tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Zie ook: Rechtbank Amsterdam, 24 december 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:10000. Naar het oordeel van de rechtbank kan een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor niet worden aangemerkt als een lopend geding: dit verzoek wordt immers juist ingediend om te bewerkstelligen dat getuigen worden gehoord voordat een geding aanhangig is of wordt gemaakt. De verwijzing van de Hoge Raad in de beschikking van 18 februari 2000, (ECLI:NL:HR:2000:AA4877) in r.o. 4.1.3 naar “eiser of verzoeker” ziet kennelijk op verzoekers in (andere) verzoekschrift¬procedures die als “een lopend geding” kunnen worden aangemerkt en die in dat kader een verzoek op de voet van artikel 843a Rv hebben gedaan. Wisselbepaling van art. 69 Rv toegepast. Voorlopig getuigenverhoor toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl