Rb. Amsterdam 1 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2694

De rechtbank overweegt dat het opleggen van een bestuurlijke boete een bestraffende sanctie is. Dat betekent dat de overtreding een wettelijke grondslag dient te hebben en dat de overtreding voldoende duidelijk, voorzienbaar en kenbaar dient te zijn. Een eventuele vaste gedragslijn mag geen (nadere) normstelling bevatten. In geschil is daarom of de in de artikelen 1.50, tweede lid en 1.51 van de Wkkp in samenhang met artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit gestelde norm voldoende duidelijk, voorzienbaar en kenbaar is. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. In bedoelde artikelen is sprake van doelvoorschriften. Het wordt aan de houder van het kindcentrum overgelaten op welke wijze aan de gestelde doelen wordt voldaan. Of al dan niet sprake is van voldoende samenhang en wanneer sprake is van voldoende samenhang tussen het plan van aanpak en de beperking van de veiligheids- en gezondheidsrisico’s wordt in het artikel niet concreet aangeven. De in deze artikelen opgenomen verplichtingen houden geen concrete gedragsnormen in. Deze artikelen bieden derhalve onvoldoende grondslag voor handhaving door middel van het opleggen van een bestuurlijke boete.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen