Rb. Amsterdam 25 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2020
Bewindvoerder komt op tegen executoriaal bankbeslag ten laste van onder bewind gestelde. Er bestaat geen verplichting voor de deurwaarder tot kennisname van het Centrale Curatele- en bewindregister voorafgaand aan een executiehandeling, zodat de betekening van het verstekvonnis niet ongeldig is op grond van artikel 1:439 lid 1 BW. Met de beslaglegging wordt ook niet de bescherming van artikel 475a lid 1 Rv en de bepalingen van de beslagvrije voet omzeild, zodat geen sprake is van misbruik van executiebevoegdheid. Wel ontstaat door het beslag een noodtoestand voor de onder bewind gestelde, voor zover door het beslag voor haar minder dan een bedrag gelijk aan de beslagvrije voet overblijft. Zij kan in dat geval immers niet voorzien in haar eerste levensbehoeften. Volgt gedeeltelijke opheffing.
De uitspraak op rechtspraak.nl