Rb. Amsterdam 5 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1920

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft aan eiseres op grond van de Wmo hulp bij het huishouden toegekend voor een ‘schoon en leefbaar huis’ in de vorm van zorg in natura. Volgens het college heeft eiseres geen procesbelang omdat aan haar aanvraag is tegemoetgekomen. De rechtbank oordeelt dat het college enkel een te bereiken resultaat heeft toegekend, namelijk een ‘schoon en leefbaar huis’. De rechtbank constateert dat het college de wijze waarop dit resultaat kan worden bereikt heeft overgelaten aan zorgverlener T-zorg die de afsprakenlijst heeft opgesteld. Deze lijst geeft concreet inzicht op welke wijze dit resultaat wordt bereikt. De rechtbank acht deze gang van zaken in strijd met de Wmo. Dit komt omdat het tot de kerntaak van het bestuursorgaan behoort om de rechten (en plichten) van de cliënt vast te stellen. Wat er voor nodig is om het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’ te bereiken is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het individuele geval en kan per geval verschillen. Waar een cliënt recht op heeft kan per geval verschillen. Het is aan het bestuursorgaan om vast te stellen wat het recht inhoudt. Dat is hier ten onrechte niet gebeurd. Het college heeft dus het bezwaar van eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen